Theater De Steeg bestaat 20 jaar, en dat moet natuurlijk gevierd worden! Onlangs brachten we een magazine uit over de mensen die De Steeg hebben gevormd tot wat het nu is. Hierin lees je onder andere interviews met mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van dit theater. We beginnen met de enige echte Karin Noeken!
“Ik had het geluk dat mijn ouders nooit tegen mij hebben gezegd dat ik iets niet kan.”
Voor jongeren, door jongeren
“In 2009 werd ik artistiek directeur van Theater De Steeg, dat tot dan toe educatief jongerentheater maakte met professionele – volwassen – acteurs. In de jaren daarvoor had ik al eens een drietal voorstellingen geregisseerd bij het gezelschap. De laatste was De Uur van de Waarheid, over nepnieuws (ja, toen al). Ik wilde die voorstelling niet met volwassenen maken, maar met een groep eerstejaars studenten Kunst Theater Media (KTM) van het Noorderpoort, waar ik destijds theaterlessen gaf. Sowieso vond ik het eigenlijk een beetje een lastig concept: volwassen die jongeren spelen voor jongeren. Dus toen ik de leiding overnam ben ik daarmee opgehouden. De Steeg werd een vaste stageplek voor studenten en vanaf dat moment maakten we theater ‘voor jongeren, door jongeren’.”
Goed verhaal
“Toen ik begon kreeg De Steeg geen cultuursubsidie van de gemeente, omdat ze vonden dat we ons positioneerden op het snijvlak van onderwijs en kunst. Ik ben toen persoonlijk bij alle politieke partijen langs gegaan (behalve bij de PVV; daar had ik geen zin in, want zij waarschijnlijk ook niet) om te vertellen hoe belangrijk het is om jongeren – met name jongeren van speciaal- en praktijkonderwijs – aan het denken te zetten door middel van theater. We hadden gewoon een heel goed verhaal. We maken weliswaar geen highbrow kunst, we maken toegankelijk en begrijpelijke voorstellingen, maar het is wel degelijk kunst. En kunst als middel is net zo belangrijk als de boodschap die we brengen, omdat we op die manier meteen een heleboel jongeren laten kennismaken met theater, vaak zelfs voor het eerst.”
Steun
“We hadden de tijdgeest mee, want in die jaren ontstond er een soort omslag in het denken; men vond eindelijk dat kunst en cultuur voor iedereen moest zijn, en educatie werd steeds belangrijker. Daardoor werd De Steeg nog meer gezien en gewaardeerd, niet alleen door de gemeente en provincie, maar ook door onze artistieke collega’s. We zijn bijvoorbeeld enorm gesteund door Club Guy & Roni. Zij vinden het ook heel belangrijk om kunst binnen de schoolmuren te brengen; als Guy zelf niet via school in aanraking was gekomen met dans had hij misschien nooit zijn passie en talent ontdekt.”
Van 60 naar 300
“De eerste voorstelling die we maakten onder mijn artistieke leiding was Issy en Sophius, gebaseerd op het waargebeurde verhaal over twee Joodse jongens uit Winsum, die in 1943 zijn vermoord in concentratiekamp Auschwitz. Een aangrijpende voorstelling, die goed aansloot bij lessen op school over de Tweede Wereldoorlog en over vrijheid in het algemeen. Sindsdien hebben we met De Steeg een hele mooie ontwikkeling doorgemaakt; we begonnen met ongeveer 100 voorstellingen per jaar, inmiddels zijn dat er meer dan 300. Ieder jaar maken we een nieuwe productie – altijd over een onderwerp dat jongeren bezighoudt – daarnaast lopen eerder gemaakte voorstellingen door. Issy en Sophius heeft bijvoorbeeld vijftien jaar gespeeld, telkens met een nieuwe cast. Ook Wat doe jij?, een interactief programma met schoolklassen over pesten, draait al heel lang mee, tegenwoordig ook op basisscholen. Op sommige dagen zijn er wel vier voorstellingen op pad door Nederland. Dat vergt veel organisatie, maar het is heel leuk om te beseffen dat De Steeg dan op al die verschillende plekken tegelijk is.”
Kunstwerf
“Een jaar of vijf geleden overwoog ik om te stoppen. We zaten nog in ons vorige pand, niet het allerleukste pand. Ik dacht: misschien is dit het hoogst haalbare wat ik met De Steeg kan bereiken; we zijn goed zichtbaar, scholen weten ons te vinden, we staan op de kaart. Maar toen kwam ineens de Kunstwerf in beeld. Ik hoorde dat er één gebouw was waar nog geen invulling voor was. Daar moest De Steeg in, vond ik. Ik heb wethouder Paul de Rook gebeld en hij was het met me eens dat educatietheater ook een plek verdient binnen die omgeving. Dus toen ben ik gebleven, omdat ik natuurlijk heel graag die doorstart op de nieuwe locatie wilde meemaken. We hebben zo’n mooie plek gekregen, met een geweldige eigen theaterzaal en omringd door fijne kunstcollega’s; dit is Theater De Steeg zoals ik het wil achterlaten. Nu is is het tijd om iemand anders de kans te geven om de koers verder te bepalen.”
Ruimte
“Want ik heb natuurlijk ook nog mijn andere kindje, dat De Wijk De Wereld heet. En dat kindje is inmiddels behoorlijk volwassen aan het worden; ik wil er graag meer tijd en energie aan besteden en kijken hoe we het nog verder kunnen laten groeien. Afscheid nemen van De Steeg geeft ook ruimte voor andere projecten; momenteel regisseer ik een voorstelling van theatergroep WAARK, over de vrouwen van de sigarenfabriek in Nieuwe Pekela: De wichter van Champ Clark. En misschien dat ik zelf ook wel weer eens wil spelen. Of zingen. Of allebei.”
Catherine
“Ik ben heel blij met Catherine als mijn opvolgster. Ze heeft een leuke brutaliteit en een soort gretigheid en ze is net als ik een beetje wars van ‘hoe het hoort’. Ze houdt van educatie en heeft een groot hart voor jongeren. Bovendien beschikt ze over veel relevante ervaring. Ze kan het allemaal: spelen, regisseren, lesgeven. En doordat ze tot nu toe vooral in Drenthe en Friesland heeft gewerkt brengt ze een frisse blik mee op het cultuurlandschap in Groningen. Ik weet zeker dat De Steeg in goede handen is bij haar.”
Missen
“Wat ik het meest ga missen zijn de jongeren. Hoe ze hier binnenkomen en dan voor het eerst echt aan het werk gaan. Sommigen hebben voor hun opleiding gekozen om een beroemd acteur te worden. Die droom moeten ze vooral blijven najagen, maar zo’n stagejaar bij De Steeg laat ook zien hoe hard het werken is in dat vak. Ik hou ervan om te zien hoe de jongeren geraakt worden, hoe hun blik wordt verruimd en ze zichzelf de vraag gaan stellen: wat wil ik eigenlijk echt? Sommigen komen er bijvoorbeeld achter dat ze produceren leuker vinden dan zelf op de planken staan. Of dat ze liever zouden regisseren dan spelen. Anderen vinden de kinderen en jongeren op de scholen zo leuk dat ze de pabo gaan doen, of een opleiding tot theaterdocent, of een studie Social Work. Het is bijzonder om te zien hoe De Steeg een belangrijke rol kan spelen in het maken van hun keuzes.”
“Weet je, het zijn natuurlijk allemaal jongeren in wie ik mezelf herken. Ik kom uit de Indische buurt en ging naar de Korrewegschool en vanuit daar naar het vmbo en uiteindelijk naar het hbo. Mijn moeder kon niet goed schrijven; als er een briefje moest worden geschreven deed ik dat. Er werd vroeger vaak gezegd tegen kinderen uit mijn buurt: ‘Van een dubbeltje word je nooit een kwartje’. Maar ik had het geluk dat mijn ouders nooit tegen mij hebben gezegd dat ik iets niet kan. En dat gun ik iedere jongere.”